In verband met het vervoer van kinderen vanuit school naar een andere locatie, brengen wij de regels, die hierop betrekking hebben en die door Veilig Verkeer Nederland zijn opgesteld, onder uw aandacht. VVN onderscheidt basisregels, uitzonderingen hierop en ze geeft belangrijke adviezen en tips.
* Kinderen kleiner dan 1.35m. moeten worden vervoerd in een goedgekeurd kinderstoeltje of zittingverhoger, in combinatie met een veiligheidsgordel (de wet geeft niet aan of dit een heup- of driepuntsgordel moet zijn). * Kinderen groter dan 1.35m. moeten vervoerd worden met een autogordel. Advies van VVN: ondanks het feit, dat een kind iets groter is dan 1.35m. toch (voorin) een stoeltje of verhoger gebruiken. * Kinderen tot 18 jaar die in de rijrichting worden vervoerd en kleiner zijn dan 1.35 m., mogen voorin zitten, mits gebruik gemaakt wordt van een stoeltje of verhoger. Als de mogelijkheid bestaat de airbag uit te schakelen, dit vooral doen. Advies van VVN: gebruik voor kinderen, indien mogelijk, altijd de achterbank. * Het is verboden kinderen te vervoeren in kinderstoeltjes in tegenovergestelde richting op de voorstoel van de auto, waarbij een airbag is geplaatst die niet uitgeschakeld kan worden.
Uitzonderingen op de regel
Vervoer van andermans kinderen
* Bij incidenteel vervoer van andermans kinderen over een beperkte afstand (max. 50 km.), mogen kinderen vanaf drie jaar volstaan met het gebruik van autogordels (dit geldt niet voor eigen kinderen van de chauffeur). * Wanneer op de achterbank stoeltjes en verhogers in gebruik zijn, mogen kinderen vanaf drie jaar op de overgebleven plaats de gordel gebruiken. * Kinderen jonger dan drie jaar mogen niet op de achterbank worden vervoerd als daar geen gordels aanwezig zijn. * Het is niet toegestaan om met meerdere personen een autogordel te gebruiken. * Het is niet toegestaan om een driepuntsgordel te gebruiken als heupgordel. * Het is niet toegestaan om het diagonale deel van de driepuntsgordel onder de arm te dragen.