| Organisatie en inhoud van ons onderwijs |
|
|
|
|
De organisatie en inhoud van het onderwijs
De school start het schooljaar met ongeveer 550 kinderen, die verdeeld zijn over 22 groepen. Hiervan zijn 9 groepen in de onderbouw (gr. 1 t/m 3), 8 groepen in de middenbouw (gr. 4, 5 en 6) en 5 groepen in de bovenbouw (gr. 7 en 8).
Deze groepen starten met ruim 20 leerlingen en de instroom in de loop van het schooljaar wordt gelijkmatig over de groepen verdeeld. Aan het einde van het schooljaar zijn de groepen gegroeid tot 27 à 30 leerlingen. Onze kleutergroepen zijn combinatiegroepen (heterogene kleutergroepen). Dat is een bewuste keuze. Wij vinden dat het leren en de omgang met elkaar in positieve zin wordt beïnvloed als je jongere en oudere kleuters bij elkaar in de groep plaatst.
Onze werkwijze in de kleutergroepen maakt een verdeling in vakken onmogelijk. Natuurlijk zijn deze kinderen ook met taal, rekenen, kennis van de wereld en expressie enz. bezig, maar dan vaak geïntegreerd met andere activiteiten en vaak werkend vanuit een thema. Werkvormen en activiteiten die in deze leerjaren worden genoemd zijn:
Leergebieden/kerndoelen vertaald in activiteiten
Leren is meer dan overdracht van kennis! Zoals gezegd willen wij kinderen ook ondersteunen bij het nemen van steeds meer verantwoordelijkheid voor eigen keuzes en bij het ontdekken van wat voor hen als persoon echt belangrijk is. Solidariteit, zelfstandigheid, dienstbaarheid, en weerbaarheid zijn waarden waar we aan hechten en die we onze leerlingen voorhouden in de verwachting dat deze voor hen later ook van betekenis zullen zijn. Wij zijn als school vanuit een christelijke levensbeschouwing bezig zijn met de vorming van kinderen. De katholieke identiteit wordt bij ouders en ook binnen ons schoolteam
Naast kennis en vaardigheden gaat het ons ook om de persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen. Wij leggen hierin de volgende accenten:
In 2005 heeft de Tweede Kamer een wet aangenomen die scholen verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. In de praktijk blijken de opvattingen over individuele rechten en plichten in verschillende sociale geledingen nogal eens met elkaar te botsen. Een van de doelen van burgerschapsvorming is leerlingen leren hoe ze met deze botsende waarden kunnen omgaan. De minister omschrijft burgerschap als de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Het gaat om de begrippen: democratie, actieve participatie en identiteit. Wij vinden deze waarden belangrijk.
|





































