Startpagina Over onze school Organisatie en inhoud van ons onderwijs
Organisatie en inhoud van ons onderwijs PDF Afdrukken E-mailadres

De organisatie en inhoud van het onderwijs


3.1 Groepering van leerlingen

De school start het schooljaar met ongeveer 550 kinderen, die verdeeld zijn over 22 groepen. Hiervan zijn 9 groepen in de onderbouw (gr. 1 t/m 3), 8 groepen in de middenbouw (gr. 4, 5 en 6) en 5 groepen in de bovenbouw (gr. 7 en 8).
In de loop van het schooljaar stromen nog zo’n 40 kleuters in.

Elke groep heeft een of twee groepsleerkrachten, die verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan de kinderen in de groep. Naast de leerkrachten hebben diverse groepen ook onderwijs- of klassenassistenten, alsook stagiaires van de Pabo of het ROC.


De leerjaren 1 en 2

Deze groepen starten met ruim 20 leerlingen en de instroom in de loop van het schooljaar wordt gelijkmatig over de groepen verdeeld. Aan het einde van het schooljaar zijn de groepen gegroeid tot 27 à 30 leerlingen. Onze kleutergroepen zijn combinatiegroepen (heterogene kleutergroepen). Dat is een bewuste keuze. Wij vinden dat het leren en de omgang met elkaar in positieve zin wordt beïnvloed als je jongere en oudere kleuters bij elkaar in de groep plaatst.


De hogere leerjaren
De leerlingen van hogere groepen (vanaf groep 3) zitten meestal per leerjaar bij elkaar. Van elk leerjaar zijn er minstens twee parallelgroepen.
Het onderwijs in de hogere leerjaren wordt in grote lijnen nog vormgegeven binnen de kaders van het leerstofjaarklassensysteem.
Ook in de hogere leerjaren komen combinatiegroepen voor omdat dit vanwege de leerlingenaantallen en de beschikbare leerkrachtformatie het beste uitkomt.

In combinatiegroepen wordt gewerkt met een flexibele vormgeving van het leerstofjaarklassen systeem. Waar het samen kan, wordt de gecombineerde groep als één groep benaderd. Daarnaast vindt er gerichte instructie en verwerking plaats op leerjaarniveau.

Het leerstofjaarklassensysteem wordt flexibel ingevuld. We proberen leerlingen m.b.t. de leerstof weliswaar zo lang mogelijk als één groep te benaderen, maar binnen dit systeem houden we steeds meer rekening met verschillen tussen kinderen en bieden we de uitdaging en ondersteuning die leerlingen nodig hebben (convergente differentiatie). Het leren hanteren van vormen van klassenmanagement waarin de balans wordt gevonden tussen uitdaging en ondersteuning, is een belangrijk doel van onze professionalisering.


3.2 Aanbod


De inhoud van onze lessen wordt in belangrijke mate bepaald door de kerndoelen.
Wat leerlingen in het basisonderwijs dienen te leren is hierin vastgelegd. In deze kerndoelen wordt per leergebied beschreven over welke kennis, vaardigheden en houdingen kinderen bij het verlaten van de basisschool dienen te beschikken. Deze kerndoelen worden regelmatig aangepast aan nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappij is dynamisch, kerndoelen dienen hiermee rekening te houden. In 2009 zijn geactualiseerde kerndoelen door de overheid vastgesteld. Wij richten ons op deze kerndoelen. We benaderen ze als streefdoelen want we realiseren ons dat ze voor een aantal leerlingen niet volledig haalbaar zijn. Ons aanbod wordt teambreed geëvalueerd via de uitslagen van de toetsen van het Cito leerlingvolgsysteem. Waar nodig vindt bijstelling van ons onderwijsaanbod plaats.


             
3.3 Hoe besteden wij onze lestijd?


Het aantal lesuren op jaarbasis is wettelijk vastgelegd. Het totaal aantal lesuren moet minimaal 7520 bedragen. Deze lesuren worden in gelijke mate over alle leerjaren verdeeld.
Op Dreef kiest voor een gelijke verdeling over alle leerjaren.

De schooltijden zijn dus voor alle kinderen gelijk. Het aantal uren in de leerjaren 1 t/m 8 bedraagt 25 uur per week en op jaarbasis (na aftrek vak./vrije dagen 957 uur).


In de kleutergroepen

Onze werkwijze in de kleutergroepen maakt een verdeling in vakken onmogelijk. Natuurlijk zijn deze kinderen ook met taal, rekenen, kennis van de wereld en expressie enz. bezig, maar dan vaak geïntegreerd met andere activiteiten en vaak werkend vanuit een thema.
Op het activiteitenplan van onze groepen 1 / 2 staan de werkvormen / activiteiten:
kringactiviteiten, werkles, buitenspel, lichamelijke oefening en pauze.

In leerjaar 3 t/m 8

Werkvormen en activiteiten die in deze leerjaren worden genoemd zijn:
zelfstandig werken, kring- en taalactiviteiten, spel, expressie, taal-leesactiviteiten, rekenen/wiskunde, oriëntatie op jezelf en de wereld, lichamelijke oefening (schoolzwemmen in groep 4) en pauze.


In leerjaar 5 t/m 8 wordt de onderwijsinhoud die betrekking heeft op taal/leesactiviteiten,
oriëntatie op jezelf en de wereld, expressieactiviteiten en zelfstandig werken voor een
belangrijk deel aangeboden via de methode Alles-in-1. Zo’n 25 lesweken per jaar verzorgen we ons onderwijsaanbod vanuit deze methode. De andere weken (tussenweken) komen vooral de leerstofonderdelen aan bod die het beste cursorisch kunnen worden aangeboden. Dit aanbod stellen we deels zelf samen, deels wordt dat bepaald door het aanbod van Alles- Apart.
In het volgende overzicht wordt per leergebied aangegeven welke activiteiten daaronder vallen.

 

Leergebieden/kerndoelen vertaald in activiteiten   
1. Nederlandse taal: 
- taalvaardigheid kring/taalactiviteiten,
- spreken en luisteren taal/leesactiviteiten,
- lezen en begrijpen zelfstandig werken,
- schrijven methodisch schrijven,
- speelwerkuur.

2. Rekenen/wiskunde: 
- gecijferdheid rekenen/wiskunde,
- bewerkingen zelfstandig werken,
- meten en meetkunde speelwerkuur

3. Oriëntatie op jezelf en de wereld:
- kennis van de wereld
  (aardrijkskunde) wereldoriëntatie,
- historisch besef zelfstandig werken  
- burgerschapsvorming
- natuur
  (natuurkunde/biologie) wereldoriëntatie,
- techniek zelfstandig werken      
- duurzame ontwikkeling

4. Kunstzinnige oriëntatie: 
- vormgeven expressieactiviteiten
- muziek expressieactiviteiten
- kunst- en cultuurbeschouwing expressieactiviteiten
  zelfstandig werken

5. Bewegingsonderwijs en spel:  
- lichamelijke oefening


Het voert te ver om in het kader van deze schoolgids dieper in te gaan op de inhoud van de actuele kerndoelen en hoe die via ons onderwijsaanbod worden gerealiseerd. Als u belangstelling hebt hiervoor kijk dan op www.minocenw.nl Via onze ouderinfo kunt u regelmatig een doorkijkje krijgen van wat in de diverse groepen aan de orde is. Ook op de informatieavond aan het begin van het schooljaar wordt u hierover geïnformeerd.


3.4 Waar staat Op Dreef nog meer voor?


Naast onze wettelijke opdracht stellen wij onszelf als school ook opdrachten.
Deze hebben betrekking op waardeoriëntatie, onze (katholieke) identiteit, de persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen en burgerschap.

Waardeoriëntatie

Leren is meer dan overdracht van kennis! Zoals gezegd willen wij kinderen ook ondersteunen bij het nemen van steeds meer verantwoordelijkheid voor eigen keuzes en bij het ontdekken van wat voor hen als persoon echt belangrijk is. Solidariteit, zelfstandigheid, dienstbaarheid, en weerbaarheid zijn waarden waar we aan hechten en die we onze leerlingen voorhouden in de verwachting dat deze voor hen later ook van betekenis zullen zijn.
            
Binnen onze waardeoriëntatie willen wij onze leerlingen ook kennis laten maken met de christelijke traditie. We besteden eveneens aandacht aan andere levensbeschouwelijke tradities.
De katholieke identiteit van onze school

Wij zijn als school vanuit een christelijke levensbeschouwing bezig zijn met de vorming van kinderen. De katholieke identiteit wordt bij ouders en ook binnen ons schoolteam
verschillend beleefd. Wij vinden het belangrijk dat wij als schoolgemeenschap ons regelmatig  bezinnen op de waarden die richting geven aan ons handelen op school.
Dit handelen wordt bepaald door onze christelijke levensvisie, door christelijke waarden die besloten liggen in het evangelie.
Wij oriënteren onze leerlingen op deze waarden, in de hoop dat zij in de toekomst, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, hierin weloverwogen keuzes maken.


Persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen

Naast kennis en vaardigheden gaat het ons ook om de persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen. Wij leggen hierin de volgende accenten:


• Zelfstandig werken, zelfstandig leren
Kinderen leren zelf! Wij kunnen het leren niet van hen overnemen! We proberen hen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren, zodat zij zelfstandig tot leren komen.
Wij willen kinderen laten ervaren wat hun eigen leerstijl is en dat zij zelf grote invloed hebben op hoe zij dingen leren. Op deze vaardigheid wordt in het vervolgonderwijs een sterk beroep gedaan.


• Zelfvertrouwen en betrokkenheid
Kinderen moeten het gevoel hebben dat zij zelf iets kunnen. Dan pas zetten zij de stap naar zelfstandig leren. Succeservaringen zijn onmisbaar voor kinderen. Hieraan ontlenen zij het nodige zelfvertrouwen. We dagen onze leerlingen uit, we prikkelen ze, maar we zorgen ervoor dat de draaglast voor de individuele leerling niet groter wordt dan zijn draagkracht. Door kinderen in de gelegenheid te stellen zelf keuzes te maken, zelf te plannen, geven we kinderen een actieve rol in hun eigen leerproces en daarmee wordt de betrokkenheid bij hun eigen leerproces vergroot. Als je betrokken bent kom je pas tot echt leren!


• Samenwerken, samen leren
In het maatschappelijk leven is het kunnen samenwerken met anderen van groot belang. Mensen hebben elkaar nodig, zijn vaak van elkaar afhankelijk en kunnen veel van elkaar leren. Ook voor kinderen geldt dat samen iets uitzoeken, elkaar dingen uitleggen, elkaar aanvullen, onmisbare leerervaringen zijn. We zorgen ervoor dat ons onderwijsprogramma hierin voorziet.


Burgerschap

In 2005 heeft de Tweede Kamer een wet aangenomen die scholen verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. In de praktijk blijken de opvattingen over individuele rechten en plichten in verschillende sociale geledingen nogal eens met elkaar te botsen. Een van de doelen van burgerschapsvorming is leerlingen leren hoe ze met deze botsende waarden kunnen omgaan. De minister omschrijft burgerschap als de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Het gaat om de begrippen: democratie, actieve participatie en identiteit. Wij vinden deze waarden belangrijk.


Democratie heeft niet alleen te maken met formele politieke rechten en plichten. Het gaat ook om een houding, een levenswijze. Kinderen zouden van jongs af aan moeten horen dat zij erbij horen, bij de klas, de buurt, de club, het dorp enz. en dat dit erbij horen verantwoordelijkheden met zich meebrengt.
Identiteit heeft te maken met je zelfbeeld, hoe je in de wereld staat en je relaties met anderen.

Burgerschapsvorming is niet bedoeld om brave Hendriken voort te brengen. Het is wel bedoeld om kinderen uit te nodigen actief mee te doen, zich medeverantwoordelijk te voelen, een bijdrage te leveren aan de leefomgeving en bereid zijn democratisch gedrag te vertonen. Wat ons betreft zijn onderwijs en burgerschapsvorming niet te scheiden. Onderwijs is burgerschapsvorming. Het doel hiervan wordt in de nieuwe kerndoelen als volgt geformuleerd:

“Leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen” en “Leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger”.

De overheid beperkt zich tot het aangeven van een globale richting. Het is aan elke school zelf om te bepalen hoe hier invulling aan wordt gegeven. Binnen Op Dreef is de oprichting
van onze Kinderraad een voorbeeld van zo’n invulling. Democratische principes komen hier concreet aan de orde en de omgang ermee wordt geoefend.

Ook in het komende schooljaar gaan we ons richten op de vraag hoe we burgerschapsvorming nog verder vorm en inhoud kunnen geven op onze school.